GratisRoestje en het slaapliedje van de sterren
Vosje Roestje kan niet slapen. Het kleinste sterretje kent een zacht trucje: een slaapliedje dat je samen kunt zingen.
- Bedtijd
- Leeftijd 2–4 jaar
- 3 min leestijd
- Verteller 3:13
Het hele verhaal
Het was een warme zomeravond. In het bos werd het steeds stiller. De eekhoorns waren in hun boomholte gekropen. Beertje Tobi snurkte in zijn huisje onder de eik: hrrr, hrrr. Alle dieren sliepen al. Alleen vosje Roestje draaide zich om en om.
Roestje deed zijn ogen dicht. Even later deed hij ze weer open. “Ik kan niet slapen,” fluisterde hij. In zijn buikje draaide het als op een kleine draaimolen. Zijn pootjes wilden niet stilliggen, en zijn staartje ook niet. “Oei, oei,” zuchtte Roestje.
Eerst probeerde hij schaapjes te tellen. Een, twee, drie… Maar de schaapjes liepen steeds weg uit zijn hoofd. Toen ging hij op zijn rug liggen. Toen op zijn buik, en daarna op zijn zij. De slaap wilde maar niet komen. Heel zachtjes sloop Roestje uit zijn hol, naar het heuveltje.
Hij ging in het zachte gras liggen. Sjuu, sjuu, ruiste het gras. Boven hem knipperden duizenden sterren. Ze leken wel kleine lantaarntjes, aan de hemel gehangen. Roestje keek naar ze en zuchtte.
“Kun je niet slapen?” fluisterde het kleinste sterretje. “Nee,” gaf Roestje toe. “Ik kan soms ook niet slapen,” zei het sterretje. “Dan zing ik zachtjes een slaapliedje voor mezelf.” Een slaapliedje is een zacht liedje dat je in slaap wiegt. “Zullen we het samen zingen?”
Het sterretje begon heel zachtjes te neuriën. “Loe-li, loe-li, oogjes dicht, de sterren geven zacht hun licht.” Roestje haalde langzaam adem. In… en uit. Zijn staartje vlijde zich gezellig tegen zijn neusje.
Andere sterren deden mee met het sterretje. “Loe-li, loe-li, oogjes dicht, de sterren geven zacht hun licht.” Roestje ademde mee met het liedje. In… en uit. Zijn pootjes werden zwaar en warm. De draaimolen in zijn buikje draaide steeds langzamer.
“Nu ga ik het proberen,” fluisterde Roestje. En hij neuriede alleen, zo zacht als hij kon. “Loe-li, loe-li, oogjes dicht, de sterren geven zacht hun…” Het laatste woord ging verloren in een lange geeuw. De draaimolen in zijn buikje stond stil. Roestje voelde zich warm, als onder een dekentje.
Het slaapliedje was zacht als een ademtocht. Roestjes oogjes werden steeds zwaarder. Nog voordat de sterren klaar waren met zingen, sliep het vosje al, met een glimlach. De maan dekte hem toe met zilveren licht. Ergens ver weg tjirpten zachtjes de krekels. Welterusten, Roestje.



